
AAterra® ME
Fungicide in de teelt van glasgroenten, bloemisterijgewassen, bolbloemen en boomkwekerijgewassen.
Werkzame stof:
etridiazool
Formulering:
ME
Gehalte:
700 g/l
Toelatingsnummer:
8766 N
Verpakking:
Aantal dozen per pallet:
12 x 1 l
40
AAterra ME is een fungicide ter bestrijding van wortelaantasting door Pythium spp. en Phytophthora spp.
- werkt via contactwerking;
- geen actieve opname door de plant;
- zowel preventieve als curatieve werking;
- doodt zowel de oösporen (rustsporen) als de zoösporen (zwermsporen);
- doodt het mycelium;
- AAterra ME niet toepassen op jonge gewassen in verband met beschadiging van de jonge wortels;
- Concentratie van de druppel- of aangietoplossing in substraatteelten mag nooit hoger zijn dan 0,02% (20 ml/100 l water).
Bedekte teelt van augurk, courgette, komkommer en meloen op substraat
Ter bestrijding van Pythium. Om de kans op het ontstaan van fytotoxiciteit zoveel mogelijk uit te sluiten bij komkommer niet toepassen voor het oogsten van de eerste stamvruchten. De behandeling indien nodig na 14 dagen herhalen.
Dosering: 400 ml/ha bij toepassing via druppelirrigatie systeem. Bij aangieten 150 ml per plant van een 0,02% (20 ml AAterra ME/100 l water).
Bedekte teelt van tomaat, paprika en aubergine op substraat
Ter bestrijding van Pythium bij aubergine en paprika, Phytophthora capsici bij paprika en Phytophthora nicotianae bij tomaten. Om de kans op het ontstaan van fytotoxiciteit zoveel mogelijk uit te sluiten niet toepassen voor het productiestadium. De behandeling indien nodig na 14 dagen herhalen.
Dosering: afhankelijk van de mate van aantasting 400800 ml/ha bij toepassing via het druppelirrigatie systeem. Bij aangieten 100 ml per plant van een 0,02% (20 ml AAterra ME/100 l water) oplossing.
Bedekte bolbloementeelt van tulp, lelie en iris
Ter bestrijding van door Pythium veroorzaakt wortelrot en/of zachtrot. In deze gebruiksaanwijzing is voor de toepassing voor bloembollenplantgoed steeds uitgegaan van een standaardontsmettingswijze, waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de "Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen". Voor andere toepassingstechnieken (zoals kort dompelen of schuimen) zullen afgeleide doseringen nodig zijn. Raadpleeg hiervoor de betreffende voorlichtingspublicaties, waarin tevens is aangegeven hoe, overeenkomstig voornoemde Beschikking, de restanten kunnen worden verwerkt.
A. Grondbehandeling
Deze toepassing kan geschieden op grondsoorten waar met behulp van apparatuur een intensieve en gelijkmatige menging mogelijk is.
Dosering: 2,5 ml/m², afhankelijk van de zwaarte of humusrijkdom van de grond: de hogere dosis gebruiken bij hoger slib- of organisch stofgehalte. Voor potgrond 40 ml/m³ gebruiken.
De behandeling bij tulpen moet gezien worden als een aanvulling op grondstomen of ontsmetten met een daarvoor toegelaten middel. Het middel wordt vlak vóór het planten gelijkmatig over de grond verspoten of uitgegoten en vervolgens meteen ingewerkt. Dit inwerken moet zorgvuldig gebeuren om voldoende effect te verkrijgen; de spitfrees is hiervoor zeer geschikt.
B. Plantgoedbehandeling bij tulpen
Hierdoor wordt een goede bestrijding van zachtrot verkregen. Ter bestrijding van wortelrot is deze werkwijze niet toereikend. Dompel het plantgoed vlak vóór het planten gedurende 15 minuten in een oplossing van 0,05% AAterra ME (50 ml/100 l water). Ter voorkoming van andere tulpenziekten (bijvoorbeeld Fusarium = zuur) wordt gelijktijdig aan dit bad een daartoe geëigend middel toegevoegd. Het bad kan - indien het niet te vervuild raakt - herhaalde malen gebruikt worden, maar telkens goed omroeren en verloren gegane hoeveelheid vloeistof vervangen door verse oplossing van dezelfde sterkte.
Opmerkingen:
Vóór het dompelen is pellen van de tulpen zeer gewenst. Indien de plantgoedbehandeling verkozen wordt, moet men géén grondbehandeling met AAterra ME meer uitvoeren.
Bloemisterijgewassen (potplanten en snijbloemen)
Ter bestrijding van Phytophthora en Pythium.
a. Gewasbehandeling in chrysant
Indien geen grondbehandeling is uitgevoerd dan direct na het planten een behandeling uitvoeren. Direct na toepassing dient het middel van het gewas te worden afgeregend.
Dosering: 1 ml AAterra ME/m².
b. Grondbehandeling
Voor het planten een grondbehandeling uitvoeren. Het middel ongeveer 15 cm inwerken door middel van frezen.
Dosering: 2,5 ml AAterra ME/m².
Het verdient de aanbeveling om vast te stellen of het betreffende gewas een behandeling verdraagt.
Boomkwekerijgewassen
Coniferen, Ericaceën, Skimmia en Viburnum.
Ter bestrijding van wortelrot (Phytophthora cinnamoni).
a. Containerteelt
De potgrond vóór het planten behandelen.
Dosering: 75 ml AAterra ME/m³ potgrond.
Dosering: 400 ml/ha bij toepassing via druppelirrigatie systeem. Bij aangieten 150 ml per plant van een 0,02% (20 ml AAterra ME/100 l water).
Bedekte teelt van tomaat, paprika en aubergine op substraat
Ter bestrijding van Pythium bij aubergine en paprika, Phytophthora capsici bij paprika en Phytophthora nicotianae bij tomaten. Om de kans op het ontstaan van fytotoxiciteit zoveel mogelijk uit te sluiten niet toepassen voor het productiestadium. De behandeling indien nodig na 14 dagen herhalen.
Dosering: afhankelijk van de mate van aantasting 400800 ml/ha bij toepassing via het druppelirrigatie systeem. Bij aangieten 100 ml per plant van een 0,02% (20 ml AAterra ME/100 l water) oplossing.
Bedekte bolbloementeelt van tulp, lelie en iris
Ter bestrijding van door Pythium veroorzaakt wortelrot en/of zachtrot. In deze gebruiksaanwijzing is voor de toepassing voor bloembollenplantgoed steeds uitgegaan van een standaardontsmettingswijze, waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de "Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen". Voor andere toepassingstechnieken (zoals kort dompelen of schuimen) zullen afgeleide doseringen nodig zijn. Raadpleeg hiervoor de betreffende voorlichtingspublicaties, waarin tevens is aangegeven hoe, overeenkomstig voornoemde Beschikking, de restanten kunnen worden verwerkt.
A. Grondbehandeling
Deze toepassing kan geschieden op grondsoorten waar met behulp van apparatuur een intensieve en gelijkmatige menging mogelijk is.
Dosering: 2,5 ml/m², afhankelijk van de zwaarte of humusrijkdom van de grond: de hogere dosis gebruiken bij hoger slib- of organisch stofgehalte. Voor potgrond 40 ml/m³ gebruiken.
De behandeling bij tulpen moet gezien worden als een aanvulling op grondstomen of ontsmetten met een daarvoor toegelaten middel. Het middel wordt vlak vóór het planten gelijkmatig over de grond verspoten of uitgegoten en vervolgens meteen ingewerkt. Dit inwerken moet zorgvuldig gebeuren om voldoende effect te verkrijgen; de spitfrees is hiervoor zeer geschikt.
B. Plantgoedbehandeling bij tulpen
Hierdoor wordt een goede bestrijding van zachtrot verkregen. Ter bestrijding van wortelrot is deze werkwijze niet toereikend. Dompel het plantgoed vlak vóór het planten gedurende 15 minuten in een oplossing van 0,05% AAterra ME (50 ml/100 l water). Ter voorkoming van andere tulpenziekten (bijvoorbeeld Fusarium = zuur) wordt gelijktijdig aan dit bad een daartoe geëigend middel toegevoegd. Het bad kan - indien het niet te vervuild raakt - herhaalde malen gebruikt worden, maar telkens goed omroeren en verloren gegane hoeveelheid vloeistof vervangen door verse oplossing van dezelfde sterkte.
Opmerkingen:
Vóór het dompelen is pellen van de tulpen zeer gewenst. Indien de plantgoedbehandeling verkozen wordt, moet men géén grondbehandeling met AAterra ME meer uitvoeren.
Bloemisterijgewassen (potplanten en snijbloemen)
Ter bestrijding van Phytophthora en Pythium.
a. Gewasbehandeling in chrysant
Indien geen grondbehandeling is uitgevoerd dan direct na het planten een behandeling uitvoeren. Direct na toepassing dient het middel van het gewas te worden afgeregend.
Dosering: 1 ml AAterra ME/m².
b. Grondbehandeling
Voor het planten een grondbehandeling uitvoeren. Het middel ongeveer 15 cm inwerken door middel van frezen.
Dosering: 2,5 ml AAterra ME/m².
Het verdient de aanbeveling om vast te stellen of het betreffende gewas een behandeling verdraagt.
Boomkwekerijgewassen
Coniferen, Ericaceën, Skimmia en Viburnum.
Ter bestrijding van wortelrot (Phytophthora cinnamoni).
a. Containerteelt
De potgrond vóór het planten behandelen.
Dosering: 75 ml AAterra ME/m³ potgrond.
Gewasveiligheid
Gezien het grote aantal variëteiten en verschillende teeltomstandigheden van in het Wettelijk Gebruiksvoorschrift genoemde gewassen is het onmogelijk de gewasveiligheid voor alle gewassen onder alle omstandigheden te onderzoeken. De toepasser van dit product zal, indien met een cultivar/variëteit in een groeistadium of onder bepaalde teeltomstandigheden of teeltwijze nog geen eigen ervaring is opgedaan, zelf een proefbespuiting/toepassing op kleine schaal dienen uit te voeren onder de eigen teeltomstandigheden om verantwoordelijkheid voor de gewasveiligheid te kunnen nemen.
Enkele tips voor een goede verwerking van AAterra ME
AAterra ME is geformuleerd als een micro-emulsie (ME) en bevat geen organische oplosmiddelen. Van deze formulering is bekend, dat onder koude omstandigheden kristallisatie in de verpakking kan optreden. De werkzame stof van AAterra ME, etridiazool, heeft namelijk een laag stolpunt (plusminus 19 °C). Bij hogere temperaturen is de actieve stof vloeibaar en bij lage temperaturen wordt de actieve stof vast.
Door middel van onderstaande tips kunnen tijdens opslag, transport en verwerking dergelijke problemen worden voorkomen (deze tips zijn ook in een geel kader opgenomen op de verpakking).
Veiligheidsaanbevelingen bij herbetreding
Na een gewas- of ruimtebehandeling uitsluitend herbetreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd (en de kas gedurende 2 uur geventileerd is); werkzaamheden kunnen vervolgens worden uitgevoerd zonder gebruik van beschermende maatregelen.
Gezien het grote aantal variëteiten en verschillende teeltomstandigheden van in het Wettelijk Gebruiksvoorschrift genoemde gewassen is het onmogelijk de gewasveiligheid voor alle gewassen onder alle omstandigheden te onderzoeken. De toepasser van dit product zal, indien met een cultivar/variëteit in een groeistadium of onder bepaalde teeltomstandigheden of teeltwijze nog geen eigen ervaring is opgedaan, zelf een proefbespuiting/toepassing op kleine schaal dienen uit te voeren onder de eigen teeltomstandigheden om verantwoordelijkheid voor de gewasveiligheid te kunnen nemen.
Enkele tips voor een goede verwerking van AAterra ME
AAterra ME is geformuleerd als een micro-emulsie (ME) en bevat geen organische oplosmiddelen. Van deze formulering is bekend, dat onder koude omstandigheden kristallisatie in de verpakking kan optreden. De werkzame stof van AAterra ME, etridiazool, heeft namelijk een laag stolpunt (plusminus 19 °C). Bij hogere temperaturen is de actieve stof vloeibaar en bij lage temperaturen wordt de actieve stof vast.
Door middel van onderstaande tips kunnen tijdens opslag, transport en verwerking dergelijke problemen worden voorkomen (deze tips zijn ook in een geel kader opgenomen op de verpakking).
- AAterra ME bij voorkeur bewaren bij een temperatuur hoger dan 20 °C.
- In geval van kristallisatie in de fles; de fles gedurende 1,5 -2 uur intensief verwarmen, bijvoorbeeld in een emmer heet water (60 - 70 °C), totdat de inhoud weer geheel vloeibaar is. Dit heeft overigens geen invloed op de werkzaamheid.
- Voor de aanmaak van een oplossing het volgende advies opvolgen;
- Maak eerst een voor oplossing met AAterra ME en roer deze goed door. De benodigde hoeveelheid AAterra ME onder roeren toevoegen aan een tien- tot twintigvoudige hoeveelheid warm water (35 °C).
- Meng pas daarna deze vooroplossing door de te maken spuit- of giet- of druppelvloeistof, die onmiddellijk toegepast dient te worden. Niet voor langere tijd laten staan.
- AAterra ME niet mengen met andere middelen. Schoon water gebruiken
- Om grondwater te beschermen mag dit product in de grondgebonden teelten niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden
- Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling
Veiligheidsaanbevelingen bij herbetreding
Na een gewas- of ruimtebehandeling uitsluitend herbetreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd (en de kas gedurende 2 uur geventileerd is); werkzaamheden kunnen vervolgens worden uitgevoerd zonder gebruik van beschermende maatregelen.
AAterra® ME is een geregistreerd handelsmerk van Crompton Registrations Ltd
Alle hier gegeven adviezen zijn wettelijk toegestaan en worden door Bayer CropScience volledig ondersteund. Certificerende organisaties (zoals bijv. GlobalGap) hanteren soms andere normen voor toepassing. Let hierop bij gebruik in gecertificeerde teelten. Bayer CropScience aanvaardt in dezen geen verantwoordelijkheid bij foutief gebruik.
Lees voor gebruik altijd eerst het etiket!
Alle hier gegeven adviezen zijn wettelijk toegestaan en worden door Bayer CropScience volledig ondersteund. Certificerende organisaties (zoals bijv. GlobalGap) hanteren soms andere normen voor toepassing. Let hierop bij gebruik in gecertificeerde teelten. Bayer CropScience aanvaardt in dezen geen verantwoordelijkheid bij foutief gebruik.
Lees voor gebruik altijd eerst het etiket!
Veiligheidsblad

Kies een product











